’s-Hertogenbosch, 11 october 1941

’s-Hertogenbosch, 11 october 1941

Aan den hoogedelgestrenge heer
mr. Van Leeuwen, Procureur Generaal van het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch

Hoogedelgestrenge heer,

Ondergetekende, L.J.Crielaars dansleraar en rayonbestuurder van de Nederlandse vakgroep van gezelschapsdansleraren, aangesloten bij de Nederlandse Kultuurkamer vraagt beleefd aandacht voor het volgende:
Enige maande geleden zijn alle bonafide dansleraren in Nederland ondergebracht in bovengenoemde organisatie, Joodse dansleraren werden niet toegelaten. Alle joodse dansleraren houden zich v, voor zover mij bekend, zich daaraan behalve een zeer brutale Jodin genaamd Roosje Glaser. Deze verklaarde openlijk op de ontbindingsvergadering te Utrecht in het bijzijn van 147 dansleraren dat ze met de nieuwe kliek niets te maken had en gewoon door zou gaan, zoals u ziet aan de bijgesloten echt joods opgestelde advertenties.
Dit verbaast niet alleen de dansleraren uit mijn rayon. Maar alle Nederlandse die er meteen aan toevoegen, zij is alweer iedereen te slim af, daar moet je Jodin voor zijn. Zij is eerst begonnen RK te worden en verteld aan iedereen dat ze geen Jodin is. Tevens is ze wel zo slim geweest om niet in een hotelzaal les te geven zoals ze dit vorig jaar deed, doch bij haar aan huis waar ze op een zolder een zaaltje heeft laten inrichten en gewoon doorgaat of er niets aan de hand is.
Nu komen mijn rayonleden hier klagen dat dit zo geen werk is omdat wij als aangesloten bonafide dansleraren ons moeten houden aan de nieuwe voorschriften, zoals hoger tarief enz. Dat is wel in het belang van onszelf maar u zal daar ook wel de onbillijkheid van inzien.
Ik heb direct rapport van opgemaakt aan het hoofdbestuur dat mij terugschreef om het maar met de plaatselijke autoriteiten in orde te maken omdat zij er momenteel niets aan kunnen doen. Immers de Kultuurkamer is nog in oprichting en zij geeft les in een gesloten huis. Gisteren heb ik een onderhoud gehad met de inspecteur van de politie, heer Vos. Deze deelde mij mede dat wel de verordening is afgekomen maar er geen strafbepaling bij was, dus er niets aan te doen is. Wel zou hij het eens bespreken met de commissaris maar gaf mij niet veel hoop. Dat is de reden waarom ik mij tot u wend.
Ik verzoek u beleefd in deze maatregelen te nemen om aan de illegale activiteiten van genoemde brutale Jodin paal en perk te stellen.

Hoogachtend,
L.J.Crielaars